Dèdè
dinsdag 24 januari 2012
Op verplaatsing!
Deze blog geeft er de brui aan. Geen erg echter, dit nobel opzet wordt verder gezet op http://cyniclown.wordpress.com. Allen daarheen!
dinsdag 3 januari 2012
Nieuwjaarsbrief / jaaroverzicht aan / van mezelve door Lies Praet
Naar jaarlijkse gewoonte vierde ik Nieuwjaar tezamen met mijn beste vriendjes, ditmaal te Brussel. Traditioneel verzorgen Lies Praet en ikzelf een soortement van jaaroverzicht waarin we ieders hoogtepunten op een ludieke manier bespreken. Mejuffrouw Praet vatte mijn 2011 als volgt samen (Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust helaas niet op louter toeval)
"In de psychoanalyse onderscheidt Freud vijf verschillende fasen in de ontwikkeling van het lustleven: de orale fase, de anale fase, de fallische fase, de latentiefase en tot slot de genitale fase. Volgens mijn bevindingen zit Kevin momenteel tussen de anale en de fallische fase. Dames en heren, u weet hoe graag Kevin facebookupdates geeft van zijn kostbare kakminuten op het toilet in de Alva. U weet ook hoe hij zowel op café als in zijn columns verschillende verwijzingen maakt naar zijn aars en zijn darmontlasting. Maar u herinnert zich ook, dames en heren, de prachtpenis waarin Kevin zich hulde op mijn verjaardag. Daarmee en met de verschillende piemeltekeningen die hij de afgelopen jaren geperfectioneerd heeft, gaf Kevin op zijn manier, maar toch prominent aan dat 2011 zijn jaar van de Fallus was. Ik heb die gegevens nagekeken op Wikipedia, want Dries zegt dat alles wat op Wikipedia staat waar is. Waar ik op enkele verontrustende zaken stuitte, ik citeer: De anale fase is, volgens Freud, de tweede fase in de psycho-seksuele ontwikkeling en duurt ongeveer tot 3 jaar. Rond deze leeftijd begint ongeveer de zindelijkheidstraining, wat betekent dat het kind gefascineerd raakt over de erogene zone van de anus. Deze fase gaat ook over het beheersen van gedrag en driften. Terwijl het fysieke vermogen de sluitspier te beheersen beter wordt, verschuift de aandacht van het kind van de orale zone naar de anale zone. Om daar even op in te gaan: naast het feit dat Kevin drieëntwintig in plaats van drie is, was ik het afgelopen jaar ook niet zo overtuigd van dat fysieke vermogen de sluitspier te beheersen. Het proces lijkt nog niet helemaal voltooid, want zodra de arme jongen alcohol in zijn botten had werd er weer gesmacht naar het kleinste kamertje “Kaka! Kaka doen!”. Dat hij daar enkele uren op de pot heeft gezeten en later met zijn kakbroek in slaap is gevallen, leek hem niet te deren. Dat is waarom ik nog niet durf zeggen dat hij al volledig in de fallische fase zit. Maar tegelijkertijd vond ik op Wikipedia over die fase ook enkele interessant feiten:
De fallische fase is, volgens Freud, de derde fase in de psycho-seksuele ontwikkeling en duurt van ongeveer 3 tot 5 à 6 jaar. – Goed, dat komt al meer in de buurt van de 23 –. De bron van bevrediging is in dit stadium de geslachtsdelen, al is het kind fysiek onvolwassen. Stimulatie van de genitaliën wordt echter wel vaak als plezierig gezien door jongens. Volgens Freud is dit ook het stadium waarin jongens zich onbewust seksueel aangetrokken voelen tot hun moeder. En voilà, u kent, dames en heren, de bijzondere band tussen Kevin en zijn moeder. Het is een relatie van haat en liefde, maar geloof mij, geen enkele vrouw zal kunnen tippen aan Chris, aan haar keukenkunsten in het bijzonder. Hij zit nog steeds in die fase verankerd, waarin de gemiddelde zesjarige verder evolueert naar de latentiefase. Want, zo stelt mijn bron van waarheid: “Met ongeveer zes jaar vangt de latentieperiode aan. De interesse van het kind krijgt dan een minder egocentrisch en seksueel karakter. Het is een periode van typisch zakelijke belangstelling en een grote drang van weten.”
Licht problematisch? Nu goed, als die fase er in 2012 aankomt, kan Kevin daar als toekomstig journalist nog veel vruchten van plukken en haalt hij ons nog wel in. Want waar iedereen in 2011 cruciale veranderingen doormaakte: een nieuwe job, een tijdje scheel, een ingebeelde ontmaagding, … heeft Kevin gewoon zijn ding gedaan: scheten laten, piemels tekenen op de autoruit van Astrid, over Ben zijn kontje praten, Dries zijn bouwvakkersreet begluren, Thomas zijn piet imiteren, … Met het voorbijtikken van de laatste uren van 2011 wensen Freud en ik hem veel succes in zijn toekomstige ontplooiing."
U merkt het, 2011 was een toppertje.
"In de psychoanalyse onderscheidt Freud vijf verschillende fasen in de ontwikkeling van het lustleven: de orale fase, de anale fase, de fallische fase, de latentiefase en tot slot de genitale fase. Volgens mijn bevindingen zit Kevin momenteel tussen de anale en de fallische fase. Dames en heren, u weet hoe graag Kevin facebookupdates geeft van zijn kostbare kakminuten op het toilet in de Alva. U weet ook hoe hij zowel op café als in zijn columns verschillende verwijzingen maakt naar zijn aars en zijn darmontlasting. Maar u herinnert zich ook, dames en heren, de prachtpenis waarin Kevin zich hulde op mijn verjaardag. Daarmee en met de verschillende piemeltekeningen die hij de afgelopen jaren geperfectioneerd heeft, gaf Kevin op zijn manier, maar toch prominent aan dat 2011 zijn jaar van de Fallus was. Ik heb die gegevens nagekeken op Wikipedia, want Dries zegt dat alles wat op Wikipedia staat waar is. Waar ik op enkele verontrustende zaken stuitte, ik citeer: De anale fase is, volgens Freud, de tweede fase in de psycho-seksuele ontwikkeling en duurt ongeveer tot 3 jaar. Rond deze leeftijd begint ongeveer de zindelijkheidstraining, wat betekent dat het kind gefascineerd raakt over de erogene zone van de anus. Deze fase gaat ook over het beheersen van gedrag en driften. Terwijl het fysieke vermogen de sluitspier te beheersen beter wordt, verschuift de aandacht van het kind van de orale zone naar de anale zone. Om daar even op in te gaan: naast het feit dat Kevin drieëntwintig in plaats van drie is, was ik het afgelopen jaar ook niet zo overtuigd van dat fysieke vermogen de sluitspier te beheersen. Het proces lijkt nog niet helemaal voltooid, want zodra de arme jongen alcohol in zijn botten had werd er weer gesmacht naar het kleinste kamertje “Kaka! Kaka doen!”. Dat hij daar enkele uren op de pot heeft gezeten en later met zijn kakbroek in slaap is gevallen, leek hem niet te deren. Dat is waarom ik nog niet durf zeggen dat hij al volledig in de fallische fase zit. Maar tegelijkertijd vond ik op Wikipedia over die fase ook enkele interessant feiten:
De fallische fase is, volgens Freud, de derde fase in de psycho-seksuele ontwikkeling en duurt van ongeveer 3 tot 5 à 6 jaar. – Goed, dat komt al meer in de buurt van de 23 –. De bron van bevrediging is in dit stadium de geslachtsdelen, al is het kind fysiek onvolwassen. Stimulatie van de genitaliën wordt echter wel vaak als plezierig gezien door jongens. Volgens Freud is dit ook het stadium waarin jongens zich onbewust seksueel aangetrokken voelen tot hun moeder. En voilà, u kent, dames en heren, de bijzondere band tussen Kevin en zijn moeder. Het is een relatie van haat en liefde, maar geloof mij, geen enkele vrouw zal kunnen tippen aan Chris, aan haar keukenkunsten in het bijzonder. Hij zit nog steeds in die fase verankerd, waarin de gemiddelde zesjarige verder evolueert naar de latentiefase. Want, zo stelt mijn bron van waarheid: “Met ongeveer zes jaar vangt de latentieperiode aan. De interesse van het kind krijgt dan een minder egocentrisch en seksueel karakter. Het is een periode van typisch zakelijke belangstelling en een grote drang van weten.”
Licht problematisch? Nu goed, als die fase er in 2012 aankomt, kan Kevin daar als toekomstig journalist nog veel vruchten van plukken en haalt hij ons nog wel in. Want waar iedereen in 2011 cruciale veranderingen doormaakte: een nieuwe job, een tijdje scheel, een ingebeelde ontmaagding, … heeft Kevin gewoon zijn ding gedaan: scheten laten, piemels tekenen op de autoruit van Astrid, over Ben zijn kontje praten, Dries zijn bouwvakkersreet begluren, Thomas zijn piet imiteren, … Met het voorbijtikken van de laatste uren van 2011 wensen Freud en ik hem veel succes in zijn toekomstige ontplooiing."
U merkt het, 2011 was een toppertje.
woensdag 28 december 2011
Goed poetsen!
Voor zij die op hun tandvlees zitten, vrees niet. Het jaar zit er bijna op: binnen dit en enkele uren vullen we onze magen, mengen het hele goedje met de nodige bubbels en vliegen de nieuwjaarswensen ons als vuurpijlen om de oren. Maar naar jaarlijkse gewoonte nog last minute binnenspringen bij de tandendoktoor, kwestie van mijn laadklep aan een groot onderhoud te laten onderwerpen. Instant muteer ik in een cariësvrezende hypochonder die dreigt ten onder te gaan aan schuldgevoel wegens te weinig poetsen: voor ik vertrek, ontwikkel ik snelheden met de tandenborstel waardoor mijn glazuur spontaan dreigt te ontbranden en gorgel ik als mondwatergeiser tot tegen het plafond. Maar het geweten is gesust, en dat wil al wat zeggen.
In de wachtkamer leg ik mijn tong in zeemans- en andere knopen om mezelf ervan te overtuigen dat alle bijters nog aanwezig zijn, en wel in zo’n uitzonderlijke staat dat ik enkel het spiegeltje in m’n bek zal moeten dulden. Daar gaan we dan: liggen maar, spots aan. Plots valt het me op, de beul heeft zich sinds mijn vorige bezoek een nieuw tortuurtuig aangeschaft. Er wordt niet getalmd, en al gauw hangt het afzuigdarmpje in mijn opengesperde smikkel te bengelen. Hij heeft kosten nog moeite gespaard lijkt me, de zuigkracht van het ding is enorm: binnen de kortste keren degradeert mijn uitgedroogde smoel de Sahara tot een sappige oase en fungeren mijn slok- en andere darmen welhaast als stofzuigerslang waarmee hij de bekleding van zijn hypermoderne stoel lijkt te willen reinigen. Ik snak naar wat water uit zijn sproeiertje en begin stilaan te vrezen voor mijn amandelen en huig. Oh ja, uiteraard, net nu gaat de telefoon.
“Op het eerste zich lijkt alles in orde, enkel wat tandplak op de voorste tanden, boven én onder. Dat gaan we er even af trillen.” Dan volgen de legendarisch sussende woorden: “Het gaat misschien eventjes pieken.” Ik ben er nog altijd niet uit wat de lieve man met het vreemd uitgesproken 'pikken' bedoelt: gaat deze procedure gepaard gaan met licht prikkelend ongemak, of giet hij iedere controle mentaal in een grafiekje, waarbij het trilgedeelte beschouwd kan worden als het extreem pijnlijke piekmoment? In gedachte sla ik, als broekschijter zijnde, een kruisje en begraaf ik mijn nagels in de deftig gereinigde bekleding.
Ik haal me de meest heuglijke pijnscheuten voor de geest, kwestie van dit trilmoment in perspectief te plaatsen. Schaatsen met meester Guy in het tweede studiejaar: bind me de ijzers onder en ik lijk motorisch gestoord. De strijd verliezend met de zwaartekracht opteer ik voor het behoud van mijn gebit, met een gebroken pols als gevolg. Kermend van de pijn zet ik me op het bankje, waarop meester Guy op zijn beurt de legendarische woorden verkondigt: “Allé Kevin, zijt ge een echte man of hoe zit het?” Dat laat ik me geen twee keer zeggen en draai ostentatief nog enkele rondjes met een krakkemikkig pootje. Toen wás ik een echte man. Nu slaat het devies ‘Goed poetsen!’ evenzeer op mijn onderbroek als op mijn kiezen en verwanten.
woensdag 7 december 2011
Het kerstglas is half vol, schol
“Uiteraard, gij zijt een pessimist!” Dat werd me even naar de kop geslingerd nadat ik te kennen had gegeven dat ik nog liever mijn oksels haartje per haartje epileer dan dat ik een gesprek aanga met een idealist. In mijn bloot hol op een blok ijs wachten op Godot behoort tot de te pruimen alternatieven: met kleine Kevintjes zou ik deze lamentabele aardkloot immers toch geen dienst bewijzen. Idealisten, optimisten en andere tisten: ze zijn zo vermoeiend, meneer. Net zoals kerstfetisjisten en Jingle Bells-neuriënde altruïsten te markten her en der. Toon me dergelijk gespuis en ik toon u een meute oprechte pessimisten. Of beter: toon mij zulke optimist en we scanderen 'Aan het kruis met Hem!'. Dergelijke vrede op aard aan alle realisten, vraag dat maar aan de Oeroptimist. Als bedankje voor Zijn andere wang kreeg Hij de zonden des werelds in kruisvorm te torsen op Zijn schoften, beschimpt en overladen met pek, veren en gespuwde gal. De auteur van het boek Gods: de oerrealist, denk ik dan. Nu rest Hem slechts nog Zich op jaarlijkse basis gehuld in kakkepamper in de kribbe symbolisch te laten onderkwijlen door oftewel porseleinen os en ezel, oftewel Zich niet zo symbolisch te laten besabbelen door een mede-pamperkakker die de Heiland Zelve aanschouwt voor een Playmobieltje en er zijn ontluikende kersttandjes op botviert. Voor de rest van het jaar hangt onze masochistische Redder als dertigjarige knaap evenzeer gepamperd met opengesperde armen te wachten op Zijn ossenfeest - dat helaas nooit komen zal - met als enige ondersteuning een tot as verkruimelend palmtakje uit de jaren stillekens: het zandlopertje van ons geloof dat al decennia lang achterloopt. Zo waren zij, de ongelovigen: zo zijn wij, atheïst. Onze lijdensweg strekt zich statiegewijs uit van kerst tot even voorbij Nieuw. 'Zalig kerstfeest' bekt lekkerder dan 'Flikker toch op man', en 'Mijn beste wensen' staat niet zelden synoniem voor: 'Dat het nieuwe jaar je veel goeds mag brengen, zoals een stel broodnodige hersens, ik stel maar iets voor.' Hij die op de vooravond van Kerstmis temidden van al het gepeupel in de winkelstraat geen moordlustige neigingen ontwikkelt, ja, Hij weze mijn Messias. Toegegeven, ik bén een pessimist, maar werd ik me daar even de levieten gelezen door iemand die me van binnen en van buiten kent: daarenboven een optimista puur sang. Mijn pessimistische potentie kreeg af te rekenen met slapheid: cynisme als de belichaming van de Gehoornde met bokkenpoten op mijn rechterschouder leek het onderspit te delven tegen haar gevleugelde doch striemende woorden en dito blik aan de andere zijde. Een beetje optimistisch water bij mijn glühwein dan maar, waarom niet op de kerstproeverij in ons boerendorp weldra. Maar idealisten en andere tisten altegader: laat ons het lot niet tarten, anders ruilen we de spekfakkels in voor jullie vlezigheid die een zaligmakende gloed zal verspreiden zoals keizer Nero het voor ogen had. Ik mag dan een zanikende pessimist zijn, bij kerst hou ik van warmte en gezelligheid, eerlijk waar. Kwestie ook van de kansen op kerstprullaria in glanzende geschenkverpakking gaaf te houden. Een opportunist en een egoïst, ja dat dan weer wel.
woensdag 16 november 2011
Melkchocolade, zeg ik u!
Allerliefste Sint, Kevin hier, te vinden in Het Dikke Boek bij de K van klojo. Laat ik van start gaan om u naar jaarlijkse gewoonte om de tuin te leiden met de volgende schijnheilige leugen: ik ben braaf geweest, want ik wil – vanzelfsprekend – bezwijken onder allerlei lekkers: chocolade en een bevallig doch pienter vrouwmensje dat mij adoreert in al mijn lulligheid. Voor enige bijsturing wat betreft het tweede deel van mijn verlanglijstje: zie mijn collages uit de P, de Ché en ‘Tiny gaat op reis naar Bredene en neemt mee Angelina Jolie en Scarlett Johannson’. Zo ouwe baas, die formaliteiten zijn weer achter de rug. En verstaat u mij niet verkeerd, mijn Sintgeloof is sterker dan ooit tevoren, maar enkele pepernoten van kritiek moeten mij van het hart. In mijn beginjaren, die gekenmerkt werden door naïef jolijt, stond de nacht van 5 december garant voor slapeloosheid, vergezeld van sidderen en beven in de bedstee. Heden ten dage kan enkel een teveel aan jenever dergelijke symptomen bij mij opwekken. Wat mijn geloof dan wel dreigt aan te tasten, goedheilige man? Allereerst lust ik nog steeds geen witte chocolade. Al 23 jaar lang wordt er in de ochtendlijke uren van uw verjaardag een ruilhandel met zusterlief opgezet: witte figuurtjes in ruil voor de melkchocoladen variantjes. En het is niet omdat uw dubbelganger in de film ‘De Zaak Alzheimer’ ten tonele werd gevoerd – weliswaar zonder baard – dat ook u aan geheugenverlies lijdt. U bent immers opgetrokken uit een granieten blok van feilloze perfectie. Hangt u dan een beetje de rancuneuze zak uit omdat ik van kindsbeen af in elke supermarkt weigerde op schoot te kruipen bij uw goedgeilige hulp-Sinten die er stuk voor stuk uitzagen alsof ze vanonder een lukrake brug aan de Seine waren geplukt? Zwak hoor, en dat brengt me zowaar bij m’n tweede punt: ik vind u wel vaker een slappe lul. Uw piet komt nog maar nauwelijks om het hoekje loeren of hij wordt al overladen met adventkransen, slingers en andere geforceerde gezelligdoenerij. Sinds wanneer laat de almachtige Sint Nikolaas zich aftroeven door een door obesitas geteisterde idioot die beschikt over een arsenaal aan vliegende rendieren? Iedereen weet toch dat we die verzonnen dikzak gebruiken om het kapitalisme bij de kinders binnen te lepelen, vermomd in inpakpapier en sierlint. Maar u, u bent anders. U bestaat echt en zal binnenkort enkele roetpieten doorheen onze schouw opjassen – die sinds jaar en dag langs de binnenkant gesloten is, maar daar weet u klaarblijkelijk wel raad mee. Beloon dan uw trouwste aanhanger rijkelijk: als ukje heb ik in het derde studiejaar zelfs fysiek geweld gebruikt om enkele non-believers op andere gedachten te brengen. Meester Valère vertelde toen dat u niet bestond, dat het onze ouders waren die de schoentjes en borden vulden in de nachtelijke uurtjes. Slaat nergens op natuurlijk, wat een dwaas. Mijn ouders zien mij graag en weten dat ik verzot ben op melkchocolade, toch?
woensdag 19 oktober 2011
De hoe-meer-haat-hoe-liever-straat
Woonachtig onder de kerktoren, maar verdraagzaamheid behoort niet tot de tien geboden van bepaalde stukken chagrijn in deze buurt. De tweeloop wordt bovengehaald voor 't occasionele zwerfkatje dat zo hoognodig moet. Op 't gazon, akkoord, maar het beestje zal heus geen kilo's produceren. Of we kloppen naarstig paaltjes in de pelouse, want bij het keren van de auto rijden die smeerlappen de graszoden naar de verdommenis. Heb je groene tapijtje meer lief dan je naaste buur. Ja, die leuze staat hier wel in steen gebeiteld. Naastenliefde is nochtans een toppunt op de agenda van de Kerk. Denk ik toch, want mijn laatste eucharistieviering vertoeft al even in de annalen. Een overdosis christendom door een misdienaarcarrière te Sint-Joris van dik tien jaar is immers mijn deel. Als er al een hemel bestaat, wat ik ten zeerste betwijfel, dan heb ik hem ruimschoots verdiend. Door mijn wekelijkse trouw aan de parochiehoeder geloof ik zelfs dat er wat extra krediet achter mijn naam staat in het dikke boek van de Almachtige. Daardoor zal ik, na het op een akkoordje gegooid te hebben met Sinte Pieter, nog iemand mogen meetronen richting eeuwige jachtvelden en dagelijkse porties rijstpap. Die metgezel mag dan gerust mijn engelenbrij verorberen, want ik vind het niet te vreten. Dat komt misschien ook wel door vaderlief, die me als ukje voor het dilemma 'hemel of hel' plaatste met de volgende bijkomende informatie: “In de hemel eten ze iedere dag rijstpap maar in de hel eten ze kebab, pizza, frieten, noem maar op. Wat denkt ge mijn zoon?” “Wel vader, u had me al bij kebab, de rest is bonus. Hou me er een plaatsje vrij bij aankomst.” Zo bracht hij me op religieus vlak ook het volgende – voor alle duidelijkheid: dit is een allesbehalve racistische doch speelse platitude om een jammerende peuter tijdens lange autoritten zoet te houden - bij wat betreft de sikhs, gekend om hun gekleurde tulbanden als teken van geloof. “Kijk daar, jongen, een gele, die smaakt naar?” “Citroen, papa.” Religie en snoepgoed: dankzij de hostie één pot nat voor een kleine knaap.
Toch verplicht ik mezelf ondanks mijn alreeds veroverde plaatsje in het hiernamaals steevast tot een goeie daad van de maand, kwestie van op zeker te spelen. Zo zag ik tijdens een fietstocht een ukkie moederziel alleen aan een voordeur staan dralen. Waarom was hij verbannen? Stond hij op straf omdat hij bij wijze van protest de inhoud van zijn pamper aan de muren had toevertrouwd? Geen idee, maar vriendelijk als ie was stak hij zijn vingertje uiterst stoer in de lucht bij wijze van groet, zoals hij het zijn potige papa waarschijnlijk al zo vaak had zien doen. Ik onderbrak mijn pathetische poging tot sport en groette hem hijgend doch oprecht terug. Daarop sierde een glimlach zijn lipjes die mijn façade besmette met de geluksbacterie. Heel even zorgde dat blondgekrulde engeltje voor de echte hemel op aarde, waarop ik vervuld van blijheid koers zette richting stal in de hoe-meer-haat-hoe-liever-straat. Hallelujah!
woensdag 5 oktober 2011
Maandagmonoloog
De apocalyps is ingezet, en wel dankzij de doodsreutel van mijn Senseo. Geen koffie op dit ontiegelijk vroege uur? Moordlustig steek ik van wal: “Dood, dagelijks wil ik mensen morsdood. Liefst een gruwelijke en langdurige variant. Ik ben heus niet de enige met zulke sadistische neigingen, geloof me vrij. Het is enkel een kwestie van het beest te temmen en het zogenoemde gezond verstand te laten zegevieren. Wie het daar niet mee eens is, verdient de kogel voor huichelarij zonder weerga. Nu, ik heb ook mijn goeie dagen, dan wens ik ze een gematigde 'loop naar de maan' toe. Enkele reis welteverstaan, want een retour helpt ons geen reet verder bij het ontwijken van dergelijke klootzakken. Waarom, vraagt de muze zich af. Maar ik wil niet dat ze er haar mooie hoofdje over breekt. Ik reken wel in m'n eentje af met die sujetten, wiens knieschijven ik maar al te graag te lijf zou willen gaan met een honkbalknuppel. Op een goeie dag komen ze er vanaf met een eveneens imaginaire doch welgemikte trap in de lever en nieren vergezeld van een verbouwde voorgevel. Liefst begeleid door een deuntje van Metallica eind jaren '80, dat timmert lekker weg. Maar helaas kan ik geen passend antwoord bedenken op haar vraag. De wantrouwige aard van het beestje. Het cynische muurtje dat me moet beschermen tegen overdreven optimisme, naïviteit en weerzinwekkend enthousiasme. Maar waarom net die mensen, dringt ze aan. Wederom goeie vraag, maar redelijkheid hoort niet thuis in mijn nihilistische wereldje. Zijn het slechte mensen? Verre van, maar ze doen mij simultaan huiveren en braken. Omdat ze het te graag willen, omdat ze te goedgelovig zijn. Zij die denken het verschil te kunnen uitmaken. Omdat ze zijn tout court: dat stuit me nog het meeste tegen de borst. Hij of zij die voldoet aan deze en nog meer van de pot gerukte voorwaarden, beschouw ik als niet te verdragen en bijgevolg niet waard een nietig bestaan op te eisen op deze aardkloot. Vriendschap is enkel voorbestemd voor gelijken van geest. Liefde voor de juffer die mijn schuimbekkend atheïsme omtrent verheerlijkte en verafgoodde ego's weet in te perken binnen de maatschappelijk aanvaardbare normen. Maar al de rest, al die andere pathetische triestige narcisten - want dat zijn het - mogen voor mijn part letterlijk doodvallen. In mijn hoofd liggen ze al lang onder de zoden.” Mijn maandagse mijmermonoloog aldus, en hij typeert het tekort aan slaap en koffie met als gevolg een klein ochtendhumeurtje gesitueerd op het Alkense perron. Geen vrees echter: niets wat cafeïne niet kan verhelpen. Weldra huppel ik dankzij het zwarte goud frivool het weekend tegemoet, op een wolkje van melk doch zonder suiker. Zelfs dan nog zeggen mensen me vaak dat ik kwaad kijk. Waar ze het vandaag halen, het blijft me een raadsel.
Abonneren op:
Posts (Atom)