vrijdag 18 maart 2011

Vadertje Staat

geeft zijn zoon welgeteld 18 euro en 64 centjes. Niet meer, maar ook niet minder. Ik trek terug van de belastingen, zoals dat zo sappig klinkt in de volksmond. U hoort mij niet klagen, het is beter dan te moeten terug geven, hoewel dat zeer onwaarschijnlijk is voor een student die enkel in het weekend wat (legaal) bijklust. Onwaarschijnlijk, net zoals duizenden euri terugtrekken dat ook wel zou zijn. Achttien euro en vierenzestig centjes dus, afgehaald in het postkantoor. Krabbeltje moeten zetten waardoor ik meteen honderden grammen aan kleingeld zwaarder woog. Correct, uitgedrukt in gewicht lijkt het nog meer.

Wat ik ermee ga doen? Op restaurant gaan zit er niet in, de frituur lijkt al wat realistischer met mijn (relatief) beperkte budget. Hoewel, de prijs van de patat schiet de hoogte in. Vroeger kreeg ik van de mama 100 Belgische frankjes, waarmee ik mezelf opzadelde met een stevige indigestie in de lokale frituur. Alles wordt duurder (nog zo een heerlijke volkswijsheid), maar mijn maagje was toen ook een pak kleiner. Inderdaad, 1+1 is nog altijd gelijk aan 2. Certitudes in ons nietige bestaan houden ons gaande en staande. Trouwens, de federatie van de aardappelhandel heet Belgapom. Lachen geblazen, en blauwe dijen van het kletsen.

De prijs van het bier stijgt, de hoeren worden duurder en we hebben nog steeds geen regering. Daarom ga ik die 18 euro en 64 centjes omruilen voor Britse pondjes waardoor ik zelfs wat verlies lijd, apenlandje België ontvluchten naar Schotland voor een kleine week, en daar het vriendinnetje trakteren op een cupcakeje. Of ik koop een bus slagroom, een doos ijs en een pak chocolade. Daar weten we ook wel weg mee. Op verschillende manieren ja. Dit worden de beste 18 euro en vier centjes die ik ooit gespendeerd zal hebben. Dank u papa.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten