Soms verliest ze de pedalen,
eenzame fietser in de nacht
heroïsche vlucht, twijfelende tweedracht
nimmer stoppend najagen en dwalen.
Surplace is dodelijk, vrees voor het einde voorafgaand aan de officiële start
Und drang, met een beetje Sturm, tandems zijn voor melodrama-schijtend-gespuis.
Carambole, irrationeel tot de dood, in de strijd van dal tot piek en terug hoort liefde niet thuis,
het podium is de troon van de winnaar, nummertje twee tot de rode lantaarn delen smart.
Tranen en snot, angstaanjagend, nog voor de finish. Zij, masochist, bidt dat de kalkstreep nooit komen zal.
Laat mij maar een dynamo wezen, zij zal wel fietsen gaan.
Nauwelijks merkbaar, maar ik ben er bij, hopelijk zet ze me soms eens aan.