woensdag 27 juli 2011

Bittersweet

'Het leven is duur'. Een cliché dat staat als een huis, en hand in hand gaat met 'Hoe is het met de kinderen?' en 'Slecht weer voor de tijd van het jaar'. Pro-formastellingen die menig stokkende conversatie voor een gênante vroegtijdige dood behoeden. Wel, voor deze jongen is het helaas geen holle frase, getuige daarvan mijn verre van Zwitsers maar des te meer studentikoos bankrekeningetje. Noblesse oblige: niet-adelijk spreekwoordelijk bloed en liters letterlijk zweet zal deze klaploper laten in een godzijdank goedverdienende fabrieksomgeving. De tranen laten we achterwege. Flesjes sorteren in de brouwerij? Helaas, de schandpaal lonkt want ik maak me schuldig aan landverraad. Gemeenteverraad liever, want winstbejag drijft me naar onze buurgemeente Sint-Truiden. Aldaar zal ik mijn peren zien. Niet in een of andere fruitveiling, wel in het walhalla van de schokdempers, Tenneco, waar vaderlief al bijna 40 jaar voor brood op de plank zorgt. Waar ook ik nu van maandag tot en met vrijdag, telkenmale van tien uur 's avonds tot zes uur 's ochtends ervoor zal zorgen dat uw nageslacht – letterlijk én figuurlijk ditmaal – schokvrij in de automobiel over het Belgische wegennetwerk kan zoeven, dat nu en dan met brio de vergelijking met het pokdalige gezicht van Janneke Maan kan doorstaan.

Hersendodend bandwerk, dat men fysiek niet dient te onderschatten. Niet zelden waan ik me Mr. Chaplin in Modern Times, een anoniem tandwiel dat uiteindelijk verzwolgen wordt door het grote netwerk. Mens wordt machine doorheen de nacht. Geradbraakt richting tikklok, begeleid door het getsjirp van de vroege vogeltjes, om dan op automatische piloot en met een gracieuze buiklanding mezelf in de beddenbak te storten. Slechts drieëntwintig dagen lang, met als enige drijfveer een riant loon waarop Vadertje Staat nauwelijks aanspraak mag maken. Dat verzacht de beet door de zure appel. Maar een leven lang, dag in dag uit het vege lijf van tikklok naar tikklok slepen, als waren het staties in een gepersonaliseerde kruisweg? De appel verwordt al snel tot een citroen. Verzuurde tronies spreken boekdelen. Ietwat joie de vivre door berusting is uiteraard wenselijk, maar wie ben ik om te oordelen? Lijf en vergrijsde leden worden er immers afgejakkerd voor zowel het eigen als andermans pensioentje, incluis het mijne in een verre toekomst. De pensioenleeftijd optrekken tot 67? Laat president Herman dat hier maar zelf komen verkondigen. Ik voorspel hem een grimmige rondleiding, besmeurd met pek, veren en heel wat olie.

Maar kom, laat ik geen pessimistische zeikerd wezen, het is niet al kommer en kwel aan de lopende band. Er zijn ook leutige momenten, getuige daarvan volgende filosofische analyse van het fabriekswezen door een medearbeider. “Er lopen hier veel mensen rond met een kakbakkes. Een verwrongen gelaat dat ik enkel en alleen opzet indien er zware arbeid dient verricht te worden in het kleinste kamertje. Helaas zien zij er altijd zo uit. Stel je die mensen voor als ze op de porseleinen troon van jetje geven. Dubbel zuur, 't moet geen zicht zijn.” Nu ik het bedenk, zo moet ik er ook uitgezien hebben na de eerste slok van mijn eerste extreem bittere gerstenatje op een of andere Paralfuif, gekocht met mijn eerste zakcentjes. Moest ik geweten hebben wat aan die parentale dotatie was voorafgegaan, het had heel wat beter gesmaakt.