“Liefste Pukkelpoppertjes, hou jullie vast aan de takken van de bomen. De hel gaat losbarsten, nog voor Mr. Grohl zijn strot heeft opengezet.” Dit postte ik op Facebook, à la maison wegens herexamens, klaar om Mr. Rock and Grohl via de livestream aan het werk te zien. Nijd was mijn deel, ondanks de berichten over de naderende regenbui met een occasionele donderslag. Drie kwartier later besliste een onvoorziene storm er echter op uiterst drastische wijze anders over. Taalspielerei werd profetie. Wat was ik met plezier jaloers geweest op de aanwezigen die het frontbeest van de Foo Fighters normaliter live hadden horen grollen... Laat daarom vandaag Moe is menne bok rock in jeugdhuis de Molen een pleister op de wonde zijn, een wonde die zal helen. In het walhalla der Alkense jeugd: daar waar het geluk per 25 centiliter vloeit aan de belachelijk democratische prijs van 1 euro. Daar waar ongebreideld enthousiasme inzake alcoholisch vermogen iedere zelfverklaarde echte man de ochtend nadien degradeert tot een jammerend broekventje dat snakt naar de bekende cocktail van Dafalgan, Motilium, en in het slechtste geval ook Imodium. Daar waar de whereabouts van het pintje na de zoveelste sanitaire stop zoek durven raken, waardoor “Moe is menne bok?” later op de avond plaats ruimt voor “Moe is menne fiets?”, “Moe is menne sleutel?” en last but not least “Moe moet ik ook alweer naartoe om in mijn bedje te belanden?”
zondag 28 augustus 2011
Moe is menne bok?
vrijdag 26 augustus 2011
Vriendschap
Voor een dergelijke invulling van het begrip vriendschap bouw ik met graagte nu al het graf waarop ik als een schuimbekkende wildeman tekeer zal gaan. Bij voorkeur met de vogelkensdans, want die beheers ik op professionele wijze.
zaterdag 6 augustus 2011
Ek eette hin vès
In benevelde toestand ram ik met beide duimen op mijn gsm waardoor dergelijk sms-taaltje weleens durft te ontstaan. Maar met de hand op het hart, en dicht genoeg bij de lever, als ik dit neerpen ben ik enkel onder invloed van de zilte geur van 't zeetje. Midweekje mare nostrum, maar ik waan me in rehab. Noem me een zagevent, maar het West-Vlaamse dialect klinkt als dronkenmansgelal. 't Lijken wel blaffende honden, eens een conversatie op kruissnelheid komt. Maar op welk moment in onze pietluttige geschiedenis leek het overboord gooien van de medeklinkers een strak plan? Op die manier zal je niet gauw een partijtje Scrabble winnen.
Neen, geef mij maar het zeemzoete Alkense dialect. 't Heeft ook zijn scherpe kantjes, maar in het merendeel van de gevallen tovert het een glimlach op het gelaat van de niet-kenners. Helaas, glimlachen doe ik niet als een West-Vlaming mij een mededeling doet of een vraag stelt, wel trek ik een gezicht dat te vergelijken valt met de tronie van mijn hondje als ik haar voor de zoveelste keer uitleg dat een wesp niet het meest verkieslijke soort speelgoed is. De '¿Que?'-blik van Manuel uit de reeks Fawlty Towers, vrij vertaald als: 'Ik snap er de ballen van'. Een jongedame uit deze nabij de zee gelegen contreien probeerde me er ooit zelfs van te overtuigen dat zowel Limburgers als West-Vlamingen in 't zelfde schuitje zitten. We worden beide beschimpt omwille van ons dialect en de verstaanbaarheid ervan, stelde ze. Na even gegrinnikt te hebben nam ik de benen. Non-verbale en zeer kortstondige communicatie leek me vanuit haar opzicht de minst pijnlijke oplossing.
Ik lust zelfs geen vis, zoals de titel al liet vermoeden. Graten uit je mond zitten prielen tijdens het eten, knettergek word ik ervan. Zeevruchten, tot daaraan toe, en dan nog liefst de chocolade variant. En zand, overal zand. Neen, laat mij maar riddergewijs rondsnorren op mijn stalen ros, door het Alkense bronsgroen, dat nog net dat ietsje groener is dan het overige eikenhout.
Wat ik hier dan kom zoeken aan de plas? Verstrooiing, aangezien de jonkvrouwe mijn burcht heeft verlaten. Een periode waarin de illusie van een droom steevast verwerd tot een pijnlijke desillusie bij het ontwaken. Ook al was het een nachtmerrie. Of misschien zelfs een frisse deerne, want zoals moederlief me verzekerde, er zwemt nog voldoende vis in de amoureuze zee.
Man, dat zou het zijn, een West-Vlaamse schone aan de haak slaan. Dan mag ik binnenkort gratis parkeren, als een verbale afwijking tot de handicaps gerekend wordt toch. Onze burgervader, een West-Vlaming nota bene, staat immers zijn privéparking af aan de minder mobiele mensen. Nobel, als u het mij vraagt.
Een hehandicaptenparkinge, in 't West-Vlaams à la Piet Huysentruyt. Eenenveertig Scrabble-punten, op z'n minst. Ik weet wat mij te doen staat.
Abonneren op:
Posts (Atom)