maandag 19 september 2011

Iemand

Iemand die liegt dat het een lieve lust is: “Neen, je bent helemaal geen nutteloze lul.” Woorden die de keiharde waarheid met de mantel der liefde bedekken.
Iemand die zachtjes fluistert: “Kom, laten we samen de verveling verdrijven door helemaal niets te doen. Leg je hoofd op mijn tieten en laat m'n hartenklop het werk doen.” Terwijl ze weet dat de mallemolen blijft draaien waardoor rust al lang tot een utopie verwerd. En toch berust ze.
Iemand die me met mijn zatte kloten nuchter richting toilet begeleidt: “Kom kom, alles komt goed. Ook al weet ik dat je dergelijke stellingen verafschuwt als de pest. Maar geloof me, want ik lieg nooit, weet je?” En dat terwijl ze cynisch grinnikend en net ietsje ruwer dan gemeend de parels van m'n voorhoofd dept met een stukje toiletpapier.
Iemand die mijn cynische nuchterheid weet te verdrijven met een roes van de grootste smeerlapperij der mensheid, liefde aldus. “Ja, jij bent mijn alles, voor altijd. En liegen doe ik nooit, dat weet je toch?”
Zolang die iemand me maar bemint, of doet alsof. Ik zal wel gelukkig zijn, niet alsof.
Een opportunistisch oppervlakkige lul, dat is niet gelogen.
De echte ik slechts voor de ware.
Iemand?

vrijdag 16 september 2011

Masochist

"Ik zie je graag", zei ze,
met de deurklink in haar hand.
En plots was ze weg,
zij, en haar liefde.


De liefde, die al even niet meer was,
niet meer mocht zijn. 
Geen reden, geen oorzaak,
maar bovenal geen lust.


Lust tot liefhebben, werklust aldus
die kreeg het aan de stok
met monstrueuze muizenissen
ik jank medelijden, kots wat wrok


Ooit grijp ik naar de klink,
en doe ik ook dit deurtje toe
Maar laat het nog even tochten,
ook al ben ik enorm moe


Geneugte in de pijn,
dan ben ik maar een masochist,
tijd heb ik bij hopen,
het onrecht blijft onbeslist.

donderdag 15 september 2011

Shit happens

“Bancontact?”, snauwt ze me al telefonerend toe. Hoewel de aderlating slechts 36 euro bedraagt, haal ik affirmerend de bankkaart boven. Terwijl de dame in kwestie - wiens vriendelijkheidsorgaan geamputeerd is in de loop van haar ongetwijfeld mistroostige levensloop - lustig voorts blijft melken in de hoorn, wijst ze me nonchalant wapperend de weg richting het machientje. Net zoals een dominus die met een achteloze draai van de pols zijn slaaf weet te melden: “Oh ja, ik heb terloops ook nog even in de hoek gescheten naast die grote amfoor. Opruimen die handel.” Daar aangekomen probeert het apparaatje me in ruil voor mijn code 283 euro af te luizen. Even slikken toch, en zelfs enkele spasmen in de kringspier, als je een bedrag van 36 euro verwacht. Aangezien er geen geld groeit op de rug van ondergetekende en hij terdege na elk toiletbezoek een controlerende blik richting product werpt alvorens door te spoelen– er moest maar eens goud tussen zitten, mag de liefhebbende dame zich even expliqueren. Ostentatief trek ik mijn kaart uit het apparaat, zonder de code in te geven. Het ding begint moord en brand te piepen. Meteen heb ik haar aandacht. “Excuseer meneer, er is iets fout gelopen want de transactie is nog niet voltooid.” De hoorn gaat vliegensvlug op de haak en ik deel mijn bedenkingen. Dat ik het praktisch examen wil afleggen met mijn eigen motor, wat me normaal slechts 36 euro zou kosten. “Ah neen meneer, uw voorlopig rijbewijs is slechts geldig tot en met vandaag. Binnen die periode moet u het examen afgelegd hebben.” “En er is geen manier om dit op te lossen?”, probeer ik nog wanhopig. “Neen, u dient nog twee extra uren les te volgen en moet daarna het examen afleggen met een motor van de rijschool.” Ze heeft me bij m'n klokkenspel en het klinkt haar klaarblijkelijk als muziek in de oren.

In gedachte ontwijk ik de druppels zwavelzuur die ze schuimbekkend mijn richting uitstuurt. Jezus Christus, zo een zure muil, waarvan zelfs een tube Lactacyd Femina de pH-waarde niet kan herstellen. Als er mij dan toch een financiële kloot dient afgedraaid te worden, doe het dan op z'n minst met de glimlach. Ik murmel nog iets over overleg met de ouders en sta op. “Zal ik de afspraken dan annuleren?” Neen, bijtel ze even in marmer, dan zal ik je er de kop mee inslaan. In de niet-imaginaire wereld kom ik uiteraard niet verder dan een gebrabbelde “Ja”. Wel, het is mijn eigen verdomde schuld. Te lang gewacht, en luiheid is des duivels oorkussen, nietwaar? Maar de volksmond wil ook dat als Satan schijt, hij dat op één en dezelfde grote hoop doet. Shit happens, maar hopelijk is mijn strontdag dan het toppunt van de week van deze bureaucratische en bovenal beminnelijke juffer. Kwestie van deze tristesse nog enige zingeving toe te dichten.

woensdag 7 september 2011

Beoogde ogen

De leugen bij uitstek van iedere man die zijn tekort aan beheersing amechtig tracht te verdoezelen door een vaak hypothetisch teveel aan testosteron: “Het eerste waar ik naar kijk, zijn de ogen.” In 99 procent van de gevallen een flagrante leugen, waaraan ik me - en ik klap uit de biecht zonder schaamrood op de wangen - ook al schuldig heb gemaakt. Maar laat ik, als kritische cynicus, bij lot bepaald tot dat ene pietluttige procentje behoren. Dame Fortuna, u heeft me wederom bij m'n kloten, en de stevigheid der houdgreep laat me vermoeden dat U zin heeft in een doorgedreven partijtje touwtrekkerij.

In dergelijke bewoording klinkt het zo mogelijk nog pijnlijker, maar ik waan me een masochist. Weerwerk bieden? Geen denken aan. Laat het maar gebeuren, elastieken benen, hortende hartenklop en bibberende stem ten spijt. Dit alles dus, door een bijzonder stel kijkers. Spreken, betoveren begeesteren: dat doen ze. Een heerlijk paar venstertjes van een geest die ik wil verkennen, waarin ik wil ronddolen en verloren lopen. De ogen zijn immers de spiegel van de ziel, nietwaar? De cocktail van adrenaline en onzekerheid zorgt voor een rondtollend hoofd dat ik dreig kwijt te spelen wegens te licht. En toch wordt de onnoemelijke lichtheid van het momentane bestaan met de seconde verzwaard. Door verscheuring tussen euforie en onzekerheid, ontembaar enthousiasme en mierenneukerij, rationele muizenissen en irrationele dromen. Een grote botsbal, met daarin nog enkele kleinere stuiterende knikkers. Klinkt allemaal nogal pijnlijk, nietwaar? Maar jongens toch, wat verlies ik mezelf graag in die allesbedwelmende smeerlapperij: figuurlijk prikken, slikken, snuiven en inhaleren.

Beoogde ogen dus. Maar zei een groot, en tevens ietwat pessimistisch denker ooit niet dat het lot de kaarten schudt, waardoor enkel het spel ons nog rest? Laat het antwoord daarop er eentje zijn van een roodharige snarendrijver die zijn gelijke niet kent. Hij voorzag de mensheid van het volgende adagium: go with the flow. En laat ik dat nu net van plan zijn, me laten meedrijven op de stroom der frivoliteit. Het lot heeft al vaker met mijn voeten gerammeld, daar geef ik niet meer om. Maar ditmaal eis ik wel een beetje clementie, en niet enkel de illusie van het geluk. Schudden en delen maar, Dame Fortuna. Ik heb er een goed oog in.