Iemand die liegt dat het een lieve lust is: “Neen, je bent helemaal geen nutteloze lul.” Woorden die de keiharde waarheid met de mantel der liefde bedekken.
Iemand die zachtjes fluistert: “Kom, laten we samen de verveling verdrijven door helemaal niets te doen. Leg je hoofd op mijn tieten en laat m'n hartenklop het werk doen.” Terwijl ze weet dat de mallemolen blijft draaien waardoor rust al lang tot een utopie verwerd. En toch berust ze.
Iemand die me met mijn zatte kloten nuchter richting toilet begeleidt: “Kom kom, alles komt goed. Ook al weet ik dat je dergelijke stellingen verafschuwt als de pest. Maar geloof me, want ik lieg nooit, weet je?” En dat terwijl ze cynisch grinnikend en net ietsje ruwer dan gemeend de parels van m'n voorhoofd dept met een stukje toiletpapier.
Iemand die mijn cynische nuchterheid weet te verdrijven met een roes van de grootste smeerlapperij der mensheid, liefde aldus. “Ja, jij bent mijn alles, voor altijd. En liegen doe ik nooit, dat weet je toch?”
Zolang die iemand me maar bemint, of doet alsof. Ik zal wel gelukkig zijn, niet alsof.
Een opportunistisch oppervlakkige lul, dat is niet gelogen.
De echte ik slechts voor de ware.
Iemand?