De leugen bij uitstek van iedere man die zijn tekort aan beheersing amechtig tracht te verdoezelen door een vaak hypothetisch teveel aan testosteron: “Het eerste waar ik naar kijk, zijn de ogen.” In 99 procent van de gevallen een flagrante leugen, waaraan ik me - en ik klap uit de biecht zonder schaamrood op de wangen - ook al schuldig heb gemaakt. Maar laat ik, als kritische cynicus, bij lot bepaald tot dat ene pietluttige procentje behoren. Dame Fortuna, u heeft me wederom bij m'n kloten, en de stevigheid der houdgreep laat me vermoeden dat U zin heeft in een doorgedreven partijtje touwtrekkerij.
In dergelijke bewoording klinkt het zo mogelijk nog pijnlijker, maar ik waan me een masochist. Weerwerk bieden? Geen denken aan. Laat het maar gebeuren, elastieken benen, hortende hartenklop en bibberende stem ten spijt. Dit alles dus, door een bijzonder stel kijkers. Spreken, betoveren begeesteren: dat doen ze. Een heerlijk paar venstertjes van een geest die ik wil verkennen, waarin ik wil ronddolen en verloren lopen. De ogen zijn immers de spiegel van de ziel, nietwaar? De cocktail van adrenaline en onzekerheid zorgt voor een rondtollend hoofd dat ik dreig kwijt te spelen wegens te licht. En toch wordt de onnoemelijke lichtheid van het momentane bestaan met de seconde verzwaard. Door verscheuring tussen euforie en onzekerheid, ontembaar enthousiasme en mierenneukerij, rationele muizenissen en irrationele dromen. Een grote botsbal, met daarin nog enkele kleinere stuiterende knikkers. Klinkt allemaal nogal pijnlijk, nietwaar? Maar jongens toch, wat verlies ik mezelf graag in die allesbedwelmende smeerlapperij: figuurlijk prikken, slikken, snuiven en inhaleren.
Beoogde ogen dus. Maar zei een groot, en tevens ietwat pessimistisch denker ooit niet dat het lot de kaarten schudt, waardoor enkel het spel ons nog rest? Laat het antwoord daarop er eentje zijn van een roodharige snarendrijver die zijn gelijke niet kent. Hij voorzag de mensheid van het volgende adagium: go with the flow. En laat ik dat nu net van plan zijn, me laten meedrijven op de stroom der frivoliteit. Het lot heeft al vaker met mijn voeten gerammeld, daar geef ik niet meer om. Maar ditmaal eis ik wel een beetje clementie, en niet enkel de illusie van het geluk. Schudden en delen maar, Dame Fortuna. Ik heb er een goed oog in.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten