Woonachtig onder de kerktoren, maar verdraagzaamheid behoort niet tot de tien geboden van bepaalde stukken chagrijn in deze buurt. De tweeloop wordt bovengehaald voor 't occasionele zwerfkatje dat zo hoognodig moet. Op 't gazon, akkoord, maar het beestje zal heus geen kilo's produceren. Of we kloppen naarstig paaltjes in de pelouse, want bij het keren van de auto rijden die smeerlappen de graszoden naar de verdommenis. Heb je groene tapijtje meer lief dan je naaste buur. Ja, die leuze staat hier wel in steen gebeiteld. Naastenliefde is nochtans een toppunt op de agenda van de Kerk. Denk ik toch, want mijn laatste eucharistieviering vertoeft al even in de annalen. Een overdosis christendom door een misdienaarcarrière te Sint-Joris van dik tien jaar is immers mijn deel. Als er al een hemel bestaat, wat ik ten zeerste betwijfel, dan heb ik hem ruimschoots verdiend. Door mijn wekelijkse trouw aan de parochiehoeder geloof ik zelfs dat er wat extra krediet achter mijn naam staat in het dikke boek van de Almachtige. Daardoor zal ik, na het op een akkoordje gegooid te hebben met Sinte Pieter, nog iemand mogen meetronen richting eeuwige jachtvelden en dagelijkse porties rijstpap. Die metgezel mag dan gerust mijn engelenbrij verorberen, want ik vind het niet te vreten. Dat komt misschien ook wel door vaderlief, die me als ukje voor het dilemma 'hemel of hel' plaatste met de volgende bijkomende informatie: “In de hemel eten ze iedere dag rijstpap maar in de hel eten ze kebab, pizza, frieten, noem maar op. Wat denkt ge mijn zoon?” “Wel vader, u had me al bij kebab, de rest is bonus. Hou me er een plaatsje vrij bij aankomst.” Zo bracht hij me op religieus vlak ook het volgende – voor alle duidelijkheid: dit is een allesbehalve racistische doch speelse platitude om een jammerende peuter tijdens lange autoritten zoet te houden - bij wat betreft de sikhs, gekend om hun gekleurde tulbanden als teken van geloof. “Kijk daar, jongen, een gele, die smaakt naar?” “Citroen, papa.” Religie en snoepgoed: dankzij de hostie één pot nat voor een kleine knaap.
Toch verplicht ik mezelf ondanks mijn alreeds veroverde plaatsje in het hiernamaals steevast tot een goeie daad van de maand, kwestie van op zeker te spelen. Zo zag ik tijdens een fietstocht een ukkie moederziel alleen aan een voordeur staan dralen. Waarom was hij verbannen? Stond hij op straf omdat hij bij wijze van protest de inhoud van zijn pamper aan de muren had toevertrouwd? Geen idee, maar vriendelijk als ie was stak hij zijn vingertje uiterst stoer in de lucht bij wijze van groet, zoals hij het zijn potige papa waarschijnlijk al zo vaak had zien doen. Ik onderbrak mijn pathetische poging tot sport en groette hem hijgend doch oprecht terug. Daarop sierde een glimlach zijn lipjes die mijn façade besmette met de geluksbacterie. Heel even zorgde dat blondgekrulde engeltje voor de echte hemel op aarde, waarop ik vervuld van blijheid koers zette richting stal in de hoe-meer-haat-hoe-liever-straat. Hallelujah!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten