woensdag 28 december 2011

Goed poetsen!

Voor zij die op hun tandvlees zitten, vrees niet. Het jaar zit er bijna op: binnen dit en enkele uren vullen we onze magen, mengen het hele goedje met de nodige bubbels en vliegen de nieuwjaarswensen ons als vuurpijlen om de oren. Maar naar jaarlijkse gewoonte nog last minute binnenspringen bij de tandendoktoor, kwestie van mijn laadklep aan een groot onderhoud te laten onderwerpen. Instant muteer ik in een cariësvrezende hypochonder die dreigt ten onder te gaan aan schuldgevoel wegens te weinig poetsen: voor ik vertrek, ontwikkel ik snelheden met de tandenborstel waardoor mijn glazuur spontaan dreigt te ontbranden en gorgel ik als mondwatergeiser tot tegen het plafond. Maar het geweten is gesust, en dat wil al wat zeggen.

In de wachtkamer leg ik mijn tong in zeemans- en andere knopen om mezelf ervan te overtuigen dat alle bijters nog aanwezig zijn, en wel in zo’n uitzonderlijke staat dat ik enkel het spiegeltje in m’n bek zal moeten dulden. Daar gaan we dan: liggen maar, spots aan. Plots valt het me op, de beul heeft zich sinds mijn vorige bezoek een nieuw tortuurtuig aangeschaft. Er wordt niet getalmd, en al gauw hangt het afzuigdarmpje in mijn opengesperde smikkel te bengelen. Hij heeft kosten nog moeite gespaard lijkt me, de zuigkracht van het ding is enorm: binnen de kortste keren degradeert mijn uitgedroogde smoel de Sahara tot een sappige oase en fungeren mijn slok- en andere darmen welhaast als stofzuigerslang waarmee hij de bekleding van zijn hypermoderne stoel lijkt te willen reinigen. Ik snak naar wat water uit zijn sproeiertje en begin stilaan te vrezen voor mijn amandelen en huig. Oh ja, uiteraard, net nu gaat de telefoon.

“Op het eerste zich lijkt alles in orde, enkel wat tandplak op de voorste tanden, boven én onder. Dat gaan we er even af trillen.” Dan volgen de legendarisch sussende woorden: “Het gaat misschien eventjes pieken.” Ik ben er nog altijd niet uit wat de lieve man met het vreemd uitgesproken 'pikken' bedoelt: gaat deze procedure gepaard gaan met licht prikkelend ongemak, of giet hij iedere controle mentaal in een grafiekje, waarbij het trilgedeelte beschouwd kan worden als het extreem pijnlijke piekmoment? In gedachte sla ik, als broekschijter zijnde, een kruisje en begraaf ik mijn nagels in de deftig gereinigde bekleding.

Ik haal me de meest heuglijke pijnscheuten voor de geest, kwestie van dit trilmoment in perspectief te plaatsen. Schaatsen met meester Guy in het tweede studiejaar: bind me de ijzers onder en ik lijk motorisch gestoord. De strijd verliezend met de zwaartekracht opteer ik voor het behoud van mijn gebit, met een gebroken pols als gevolg. Kermend van de pijn zet ik me op het bankje, waarop meester Guy op zijn beurt de legendarische woorden verkondigt: “Allé Kevin, zijt ge een echte man of hoe zit het?” Dat laat ik me geen twee keer zeggen en draai ostentatief nog enkele rondjes met een krakkemikkig pootje. Toen wás ik een echte man. Nu slaat het devies ‘Goed poetsen!’ evenzeer op mijn onderbroek als op mijn kiezen en verwanten.

woensdag 7 december 2011

Het kerstglas is half vol, schol

 “Uiteraard, gij zijt een pessimist!” Dat werd me even naar de kop geslingerd nadat ik te kennen had gegeven dat ik nog liever mijn oksels haartje per haartje epileer dan dat ik een gesprek aanga met een idealist. In mijn bloot hol op een blok ijs wachten op Godot behoort tot de te pruimen alternatieven: met kleine Kevintjes zou ik deze lamentabele aardkloot immers toch geen dienst bewijzen. Idealisten, optimisten en andere tisten: ze zijn zo vermoeiend, meneer. Net zoals kerstfetisjisten en Jingle Bells-neuriënde altruïsten te markten her en der. Toon me dergelijk gespuis en ik toon u een meute oprechte pessimisten. Of beter: toon mij zulke optimist en we scanderen 'Aan het kruis met Hem!'. Dergelijke vrede op aard aan alle realisten, vraag dat maar aan de Oeroptimist. Als bedankje voor Zijn andere wang kreeg Hij de zonden des werelds in kruisvorm te torsen op Zijn schoften, beschimpt en overladen met pek, veren en gespuwde gal. De auteur van het boek Gods: de oerrealist, denk ik dan. Nu rest Hem slechts nog Zich op jaarlijkse basis gehuld in kakkepamper in de kribbe symbolisch te laten onderkwijlen door oftewel porseleinen os en ezel, oftewel Zich niet zo symbolisch te laten besabbelen door een mede-pamperkakker die de Heiland Zelve aanschouwt voor een Playmobieltje en er zijn ontluikende kersttandjes op botviert. Voor de rest van het jaar hangt onze masochistische Redder als dertigjarige knaap evenzeer gepamperd met opengesperde armen te wachten op Zijn ossenfeest - dat helaas nooit komen zal - met als enige ondersteuning een tot as verkruimelend palmtakje uit de jaren stillekens: het zandlopertje van ons geloof dat al decennia lang achterloopt. Zo waren zij, de ongelovigen: zo zijn wij, atheïst. Onze lijdensweg strekt zich statiegewijs uit van kerst tot even voorbij Nieuw. 'Zalig kerstfeest' bekt lekkerder dan 'Flikker toch op man', en 'Mijn beste wensen' staat niet zelden synoniem voor: 'Dat het nieuwe jaar je veel goeds mag brengen, zoals een stel broodnodige hersens, ik stel maar iets voor.' Hij die op de vooravond van Kerstmis temidden van al het gepeupel in de winkelstraat geen moordlustige neigingen ontwikkelt, ja, Hij weze mijn Messias. Toegegeven, ik bén een pessimist, maar werd ik me daar even de levieten gelezen door iemand die me van binnen en van buiten kent: daarenboven een optimista puur sang. Mijn pessimistische potentie kreeg af te rekenen met slapheid: cynisme als de belichaming van de Gehoornde met bokkenpoten op mijn rechterschouder leek het onderspit te delven tegen haar gevleugelde doch striemende woorden en dito blik aan de andere zijde. Een beetje optimistisch water bij mijn glühwein dan maar, waarom niet op de kerstproeverij in ons boerendorp weldra. Maar idealisten en andere tisten altegader: laat ons het lot niet tarten, anders ruilen we de spekfakkels in voor jullie vlezigheid die een zaligmakende gloed zal verspreiden zoals keizer Nero het voor ogen had. Ik mag dan een zanikende pessimist zijn, bij kerst hou ik van warmte en gezelligheid, eerlijk waar. Kwestie ook van de kansen op kerstprullaria in glanzende geschenkverpakking gaaf te houden. Een opportunist en een egoïst, ja dat dan weer wel.