woensdag 7 december 2011

Het kerstglas is half vol, schol

 “Uiteraard, gij zijt een pessimist!” Dat werd me even naar de kop geslingerd nadat ik te kennen had gegeven dat ik nog liever mijn oksels haartje per haartje epileer dan dat ik een gesprek aanga met een idealist. In mijn bloot hol op een blok ijs wachten op Godot behoort tot de te pruimen alternatieven: met kleine Kevintjes zou ik deze lamentabele aardkloot immers toch geen dienst bewijzen. Idealisten, optimisten en andere tisten: ze zijn zo vermoeiend, meneer. Net zoals kerstfetisjisten en Jingle Bells-neuriënde altruïsten te markten her en der. Toon me dergelijk gespuis en ik toon u een meute oprechte pessimisten. Of beter: toon mij zulke optimist en we scanderen 'Aan het kruis met Hem!'. Dergelijke vrede op aard aan alle realisten, vraag dat maar aan de Oeroptimist. Als bedankje voor Zijn andere wang kreeg Hij de zonden des werelds in kruisvorm te torsen op Zijn schoften, beschimpt en overladen met pek, veren en gespuwde gal. De auteur van het boek Gods: de oerrealist, denk ik dan. Nu rest Hem slechts nog Zich op jaarlijkse basis gehuld in kakkepamper in de kribbe symbolisch te laten onderkwijlen door oftewel porseleinen os en ezel, oftewel Zich niet zo symbolisch te laten besabbelen door een mede-pamperkakker die de Heiland Zelve aanschouwt voor een Playmobieltje en er zijn ontluikende kersttandjes op botviert. Voor de rest van het jaar hangt onze masochistische Redder als dertigjarige knaap evenzeer gepamperd met opengesperde armen te wachten op Zijn ossenfeest - dat helaas nooit komen zal - met als enige ondersteuning een tot as verkruimelend palmtakje uit de jaren stillekens: het zandlopertje van ons geloof dat al decennia lang achterloopt. Zo waren zij, de ongelovigen: zo zijn wij, atheïst. Onze lijdensweg strekt zich statiegewijs uit van kerst tot even voorbij Nieuw. 'Zalig kerstfeest' bekt lekkerder dan 'Flikker toch op man', en 'Mijn beste wensen' staat niet zelden synoniem voor: 'Dat het nieuwe jaar je veel goeds mag brengen, zoals een stel broodnodige hersens, ik stel maar iets voor.' Hij die op de vooravond van Kerstmis temidden van al het gepeupel in de winkelstraat geen moordlustige neigingen ontwikkelt, ja, Hij weze mijn Messias. Toegegeven, ik bén een pessimist, maar werd ik me daar even de levieten gelezen door iemand die me van binnen en van buiten kent: daarenboven een optimista puur sang. Mijn pessimistische potentie kreeg af te rekenen met slapheid: cynisme als de belichaming van de Gehoornde met bokkenpoten op mijn rechterschouder leek het onderspit te delven tegen haar gevleugelde doch striemende woorden en dito blik aan de andere zijde. Een beetje optimistisch water bij mijn glühwein dan maar, waarom niet op de kerstproeverij in ons boerendorp weldra. Maar idealisten en andere tisten altegader: laat ons het lot niet tarten, anders ruilen we de spekfakkels in voor jullie vlezigheid die een zaligmakende gloed zal verspreiden zoals keizer Nero het voor ogen had. Ik mag dan een zanikende pessimist zijn, bij kerst hou ik van warmte en gezelligheid, eerlijk waar. Kwestie ook van de kansen op kerstprullaria in glanzende geschenkverpakking gaaf te houden. Een opportunist en een egoïst, ja dat dan weer wel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten